Wachtlijst?

Kunt u niet direct de zorg voor een cliënt leveren omdat u hiervoor een wachtlijst hebt? Bespreek dan samen met de cliënt welke wachtstatus met classificatie het beste bij zijn situatie past.

Stuur deze informatie aan ons door via het iWlz-berichtenverkeer. Vraag tegelijkertijd ook extra (overbruggings)zorg aan als u dit nodig vindt. In het actuele Voorschrift Zorgtoewijzing Wlz wordt dit uitgelegd en worden ook de processtappen beschreven.

Sociale context

De wens van de cliënt en/of zijn omgeving stellen wij centraal. Dit geldt ook voor cliënten met een (zeer) dringende opnamebehoefte. Voor hen willen wij, daar waar het kan, zorg op redelijke afstand van waar de cliënt woont regelen. Dit voorkomt onnodige verhuizingen en onnodige afstand tot mantelzorg. Neem contact op met onze zorgadviseurs om te bespreken wat er mogelijk is.

Wachtstatussen vanaf 1 januari 2021

Vanaf 2021 kennen we 4 wachtstatussen (in plaats van 3). Ook nieuw is dat bij elke status een classificatie wordt doorgegeven, die meer inzicht geeft in de wens van de client en de noodzaak tot plaatsing. Bijvoorbeeld de classificatie ‘partneropname’ of doorstroom ziekenhuis. Elke wachtende cliënt krijgt dus een combinatie van een wachtstatus met een classificatie.

  1. Urgent plaatsen (zeer dringende zorgbehoefte)
    Een cliënt met deze status moet zo snel mogelijk de noodzakelijke zorg krijgen of worden doorgeplaatst, bijvoorbeeld van een ziekenhuis naar een Wlz-instelling. Dit kan betekenen dat een cliënt niet direct bij zijn voorkeuraanbieder terecht kan, en zijn zorg (tijdelijk) van een andere aanbieder krijgt die de zorg wel kan leveren. De classificaties die bij deze status horen zijn: Geen crisisbed beschikbaar - PTZ - Wzd Art.28a – RM - Doorstroom crisisbed – Doorstroom GRZ – Doorstroom ELV- Doorstroomziekenhuis.

  2. Actief plaatsen (dringende zorgbehoefte)
    Deze status wordt gebruikt als de cliënt een dringende zorgbehoefte heeft maar wel wat langer kan wachten op zijn voorkeuraanbieder. Dat kan bijvoorbeeld door inzet van extra (overbruggings)zorg. De classificaties die bij deze status horen zijn: Dreigende crisis (thuis) - Niet passende zorg (zorgaanbieder) - Tijdelijk andere aanbieder bespreekbaar - Voorkeursaanbieder leidend (cliëntwens).

  3. Wacht op voorkeur 
    Bij deze status is er geen sprake van een (zeer) dringende zorgvraag. Iemand kan daardoor langer wachten op zijn voorkeuraanbieder en we kunnen meer rekening houden met zijn specifieke wensen. De classificaties die bij deze status horen zijn: Specifieke locatie/gespecialiseerde zorg - Doorstroom naar geclusterd wonen VPT - Logeren - Specifieke locatie geografische redenen - Specifieke locatie/woonwens – Partneropname - Geen aanvullende wens(en).

  4. Wacht uit voorzorg
    Bij deze status wil een cliënt voorlopig nog geen zorg voor een bepaalde leveringsvorm, maar wel graag uit voorzorg in beeld blijven bij zijn voorkeuraanbieder. De cliënt bouwt bij deze status geen wachttijd op. De cliënt kan via een classificatie ook alvast een specifieke wens doorgeven. Dit zijn dezelfde classificaties als die bij de status Wacht op voorkeur.

Hoe zorgen we samen voor een goede wachtlijst?

Houd regelmatig contact met de cliënt. Signaleer op tijd welke zorg de cliënt nodig heeft, of de wachtstatus nog kloppend is en/of de classificatie aangepast moet worden.

Partner op wachtlijst

In de Wlz is partneropname mogelijk. Voor partneropname worden 2 situaties onderscheiden:

  1. Beide partners hebben een Wlz-indicatie. Is er geen dringende zorgvraag, dan kunt u bij beide partners de classificatie ‘Partneropname’ doorgeven bij de wachtstatus Wacht op voorkeur of Wacht uit voorzorg;
  2. Partner heeft zelf geen indicatie voor Wlz-zorg (registratief indicatiebesluit ZZP0). Als duidelijk is dat een partner mee wil verhuizen, kunt u hiervoor direct een registratief indicatiebesluit bij het CIZ aanvragen. U hoeft daarmee niet te wachten totdat er een geschikte woonruimte/plaats beschikbaar is. Hierdoor krijgen we meer inzicht in de wensen van cliënten.

Naar boven