Samen regionaal transformeren voor toekomstbestendige langdurige zorg

CZ zorgkantoor heeft Regionaal Zorgaanbod Transformeren benoemd tot strategisch thema. Het ziet deze transformatie als een deel van de oplossing voor de uitdagingen in de langdurige zorg. Het zorgkantoor zoekt hiervoor de samenwerking met andere partijen, om deze zorg betaalbaar en toegankelijk te houden.

20 april 2026

Grote verandering

Het is logisch dat het zorgaanbod in de langdurige zorg moet veranderen, stelt Jan Megens, Kwartiermaker regionale coördinatie bij CZ zorgkantoor. “De huidige generatie ouderen wil langer thuis blijven wonen”, zegt hij. “Ze zijn trots op hun eigen regie en op wat ze hebben verworven. Een mooie ontwikkeling natuurlijk. Maar het betekent wel dat het zorgaanbod mee moet veranderen. Het moet veel meer in samenhang tussen verschillende domeinen worden georganiseerd.”

Jan

Jan Megens, Kwartiermaker regionale coördinatie CZ zorgkantoor

Voor Monique Hertogs, bestuurder van Savant Zorg, een herkenbaar geluid. “In de ouderenzorg is in korte tijd sprake van een verandering”, zegt ze. “Ondanks de vergrijzing staan steeds meer verpleeghuiskamers leeg omdat mensen liever thuis blijven wonen. Dit is een ontwikkeling die we een jaar geleden niet hadden voorzien. Ook onze kijk op zorg verandert. We nemen niet meer alles over van mensen, maar gaan steeds meer uit van hun zelfredzaamheid en samenredzaamheid.”

Monique

Monique Hertogs, bestuurder Savant Zorg

Het zorgaanbod anders inrichten

Het kan niet anders dan dat dit gevolgen heeft voor de inrichting van het zorgaanbod, stelt Coby Nogarede, bestuurder bij Zorgboog. “We moeten ons zelf de vraag stellen of we wel het passende aanbod hebben voor de vraag die op ons afkomt”, zegt ze. “En of we daar voldoende mensen voor hebben. Als we blijven werken zoals we gewend waren, is het antwoord: nee. Minder zorg in onze verpleeghuizen betekent ook minder financiering daarvoor. We moeten dus veranderen.”

Coby

Coby Nogarede, bestuurder Zorgboog

De regio is de juiste schaal om die transformatie vorm te geven, stelt Megens. “Landelijk kan dit niet, dat is veel te ongrijpbaar”, zegt hij. “De 31 zorgkantoorregio’s zijn de juiste schaal. Het heeft geen zin om elkaar in de regio te beconcurreren op de arbeidsmarkt. Iedereen ervaart immers dezelfde personele krapte. Tien aanbieders van thuiszorg in dezelfde wijk is ook niet constructief. Wat nodig is, is netwerkzorg. Dat betekent samenwerking tussen alle zorgaanbieders en partijen die bij een cliënt betrokken zijn, zodat passende zorg en ondersteuning worden gegeven.”

Jan Megens: De regio is de juiste schaal om de transformatie vorm te geven.

Samenwerking als uitgangspunt

Deels is die netwerkzorg ook al aan het ontstaan. Zeker in de Peelregio waar Savant Zorg en ook Zorgboog actief zijn. “Ons aantal verpleeghuisbedden was eerder 800”, vertelt Coby Nogarede, bestuurder van Zorgboog. “De afgelopen jaren is dit al met 150 afgeschaald of omgezet naar bedden in de thuissituatie of revalidatie. Inderdaad iets wat om samenwerking tussen verschillende partijen vraagt: met de huisartsen, met de gemeenten. Maar ook het ziekenhuis is een partij. Wij werken eraan crises in de ouderenzorg te voorkomen met gericht preventiebeleid. Daardoor zijn er minder valincidenten en dus minder breuken. Voor het ziekenhuis betekent dit minder orthopedische zorg.”

Hertogs vult aan met een ander voorbeeld: “Verpleegkundigen van onze beide organisaties zijn als experiment in de spoedzorg actief als onderdeel van de huisartsenpost. Daar zijn we echt uniek in. Nu dit steeds meer invulling krijgt, zien we in bijna negentig procent van de gevallen dat de gespecialiseerd verpleegkundigen rijden voor de huisartsenpost, dus hoeft er bijna nooit meer een huisarts naar toe. Dat ondervangt de personele krapte die daar bestaat. Het is een voorbeeld van het gevolg van de vraag die we onszelf vaak stellen, namelijk: kunnen we het anders doen?”

Monique Hertogs: We stellen onszelf vaak de vraag: kunnen we het anders doen?

Gedeelde visie

De reden dat dit werkt, stelt Nogarede, is dat in de regio sprake is van partners met een gedeelde visie. “CZ zorgkantoor is een van die partners”, zegt ze. “Ze zijn er altijd. En ze denken creatief mee over de mogelijkheden om binnen de grenzen van het stelsel dingen anders te doen. Ze kennen de weg naar financieringsbronnen zoals ZonMw. Recent kregen we nog te horen van CZ zorgkantoor dat ze echt zien dat wij de stap naar voren hebben gezet, en dat we dus ook van hen mogen verwachten dat ze meedenken.”

Zulke gerichte samenwerking tussen partijen om de transformatie van het regionaal zorgaanbod vorm te geven is geen vanzelfsprekendheid. “Het is een proces zonder één eigenaar”, legt Megens uit. “En het is een proces waarin nieuwe relaties gaan ontstaan. Het contact met de burgers wordt intensiever. De relaties met de gemeenten worden sterker. En zorgverzekeraar en zorgkantoor hebben elkaar nodig. Zorg die onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) valt gaat in elkaar overlopen. Ook de zorgaanbieders gaan de gevolgen merken. Als de verpleeghuiszorg gaat extramuraliseren, heeft dat bijvoorbeeld gevolgen voor de huisartsen. De relatie tussen die twee wordt dan intensiever. Dit betekent namelijk dat verpleeghuiszorg wordt verplaatst naar de thuissituatie. En voor specifieke kennis zal de huisarts de specialist ouderengeneeskunde nodig hebben. Een ander punt is dat de ene organisatie meer urgentie kan voelen dan de andere. Een aanbieder die geen personele krapte heeft kan denken zich aan de transformatie te kunnen onttrekken. Maar tegen zo’n organisatie zeg ik: het is ook jouw probleem. We kunnen de transformatie echt alleen samen vormgeven.”

Coby Nogarede: In de regio is er sprake van partners met een gedeelde visie, daarom werkt dit.

Stappen blijven zetten

Ook in de Peelregio zijn zeker nog stappen te zetten. “In onze eerstelijns visie zijn bijvoorbeeld de apothekers nog niet zo scherp in beeld”, zegt Nogarede. “Hetzelfde geldt voor de fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten. Verder kan het aanbod vanuit het sociaal domein per gemeente verschillen. Ook al die partijen zijn belangrijk.”

Hertogs: “Ook kunnen we bewonersinitiatieven nog serieuzer nemen. Veel meer aansluiten op wat daar wordt georganiseerd, als basis voor wat onze toegevoegde rol kan zijn. En we moeten oog hebben voor onze medewerkers. Die kunnen de veranderingen die we nu meemaken spannend vinden. Gelukkig hebben wij als VVT-organisatie een gezamenlijke aanpak om hen hierin mee te nemen. Ook is sprake van uitwisseling. Als een medewerker ziet dat een cliënt meer zelf kan, kan die daarop aansluiten. Maar de cliënt zelf of diens familie kan dit wel eens lastig vinden. Mensen zijn nog gewend dat er voor ze wordt gezorgd.” Nogarede: “Toch heb ik een verandering in de zorg zich nog nooit zo snel zien voltrekken als deze. Ik ben er echt trots op.”

Megens herkent die trots wel. “Zelf vind ik het burgerinitiatief in Eijsden heel mooi”, vertelt hij. “Een buurtwerker organiseert daar in het buurthuis activiteiten op basis van wat de buurt wil. Het gevolg is dat mensen elkaar leren kennen en elkaar gaan helpen. Dat ontlast de formele zorg. Een ander mooi voorbeeld is de nieuwe invulling van de dagbesteding in Roosendaal. Mensen die thuis vereenzaamden, vinden daar verbinding met elkaar en gaan dan dingen voor elkaar over hebben.”

De beweging vasthouden

Het is belangrijk nu de beweging vast te houden, stelt Megens. “Ons doel is het gezamenlijk besef te benutten dat er veel vitaliteit in de samenleving zit waarvan we gebruik kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan de vele 67-plussers die volop de ruimte hebben om sociaal actief te zijn. Zij kunnen veel betekenen voor anderen. Daarnaast zijn ook duurzame coalities met de aanbieders in de sector zorg en welzijn essentieel. Met Zorgboog hebben we zo’n duurzame coalitie. Dit biedt ruimte voor afspraken over een langere termijn waarmee we innovatie kunnen aanjagen. Zorgboog is een innovatieve zorgaanbieder, Savant Zorg is dat eveneens. Beide laten een grote bereidheid zien om aan te sluiten op wat in de samenleving gebeurt. Door daarnaar te handelen, zijn ze goed in staat zichzelf lokaal en regionaal te verantwoorden in het veranderende veld. Dit past ook bij de gezamenlijke taak die we hebben om de transformatie die nu hard nodig is voor de mensen in onze regio’s, waar te maken.”