Zorggroep Ter Weel maakt kwaliteit op locatieniveau zichtbaar, CZ zorgkantoor blij met deze aanpak

In een interviewserie van het programma Waardigheid en trots van het ministerie van VWS vertellen de zorgkantoren en zorgaanbieders over de veranderingen in de inkoop van de verpleeghuiszorg en onder andere de invloed van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg en persoonsvolgende bekostiging.

1 juni 2018

Hieronder volgt een interview met Tess van Minde van de Zeeuwse zorggroep ter Weel en Sanne van Aarle van CZ Zorgkantoor.

Zorggroep Ter Weel is voor de opzet van het kwaliteitsplan echt per locatie en afdeling de diepte in gegaan, een aanpak waarvoor het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg een goed uitgangspunt bleek te bieden. Het zorgkantoor van CZ is blij met de gekozen aanpak. 

De Zeeuwse zorggroep Ter Weel is zich op meerdere fronten aan het ontwikkelen, stelt kwaliteitsfunctionaris Tess van Minde. ‘We werken aan de versterking van onze personele bezetting, we werken aan leren en verbeteren en we zijn bezig een lerend netwerk vorm te geven’, vertelt ze. ‘Daarnaast zijn we bezig met zaken als een nieuw zorgplan en digitalisering. Het is de bedoeling dat medewerkers het zorgplan van de cliënt in diens eigen kamer op een tablet tot hun beschikking hebben. Al deze zaken hebben hun weg gevonden naar het kwaliteitsplan dat we recent aan het zorgkantoor van CZ hebben voorgelegd.’

CZ is te spreken over dit kwaliteitsplan, zegt zorginkoper verpleging en verzorging Sanne van Aarle van het zorgkantoor. ‘Ik vind de aanpak van Ter Weel bij het opstellen van de plannen heel mooi, dat heb ik nog niet veel gezien in kwaliteitsplannen. In veel gevallen zie ik organisatiebrede plannen met hier en daar invulling op locatieniveau, maar Ter Weel heeft juist gekozen voor een nulmeting op alle onderdelen van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg per team en per locatie. De uitkomsten daarvan hebben richting gegeven aan de vraag waar ruimte is voor verbetering en welke prioriteiten daarin moeten worden gesteld. Dit heeft geleid tot een gedragen kwaliteitsplan.’

Iedere locatie is anders

Die nulmeting is heel waardevol gebleken, omdat die de ruimte schiep om per locatie of afdeling de diepte in te gaan, stelt Van Minde. ‘De teamleiders hebben hierin een belangrijke rol gespeeld en het heeft gezorgd voor acceptatie op de werkvloer’, zegt ze. ‘Deze aanpak was nodig omdat iedere locatie anders is. Niet alleen in omvang, maar ook in het type mensen dat er woont en de gezondheidstoestand waarin zij verkeren. Bovendien hebben we met verschillende doelgroepen te maken: somatiek, psychogeriatrie, verzorgingshuisbewoners, kortelijns verblijf, bijzondere zorg, dagbesteding en wijkverpleging. Het kwaliteitskader bood het juiste uitgangspunt om alle facetten van kwaliteit voor al deze verschillende groepen vorm te geven, zowel voor het verpleeg- als voor het verzorgingshuis. En dit zonder knellend te zijn, want er zitten genoeg vrijheidsgraden in.’

Voor Van Aarle is het gevolg dat ze nu mooie, inhoudelijke gesprekken kan voeren op de locaties, stelt ze. Ze zegt: ‘Hierbij zit ik ook met cliënten of familieleden aan tafel, om te praten over wat voor hen belangrijk is en wat eventuele knelpunten zijn. Al voor de komst van het kwaliteitskader werkten wij als zorgkantoor met ontwikkelplannen en gingen we met cliënten en medewerkers het gesprek aan over de kwaliteit van de zorg. De kwaliteitsplannen liggen in het verlengde daarvan. We willen het gesprek echt zoveel mogelijk uit de bestuurskamer trekken, daarom spreken we ook artsen, verpleegkundigen en verzorgenden. Kwaliteit zie je op de locaties. Hoe het op drie locaties gaat, zegt niets over hoe het ervoor staat op de vierde. Het gaat erom de wens van de cliënt verwezenlijkt te zien.’

Luisteren naar de bewoner

Van Minde vindt dat de gekozen aanpak voor de opzet van het kwaliteitsplan goed aansluit bij het nieuwe programma Thuis in het verpleeghuis van het ministerie van VWS. ‘De trend naar meer persoonsgerichte zorg is al langer gaande’, zegt ze, ‘er wordt echt naar de bewoner geluisterd. Bovendien proberen we de registratielast te verminderen om ook echt zoveel mogelijk tijd voor die bewoner te hebben. Ik begrijp dat de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd en de partijen achter het HKZ-keurmerk ook meer het gesprek willen aangaan in plaats van lijstjes af te vinken. Dat is een waardevolle ontwikkeling. Als iets eens niet volgens de regels gaat maar wel goed is voor de cliënt, moet daar ook ruimte voor bestaan.’

Om de mening van de cliënt te horen, heeft Ter Weel een auditinstrument ontwikkeld waarbij cliënten met elkaar aan tafel gaan. ‘In die gesprekken komen veel zaken naar boven die niet aan de orde zouden komen als we cliënten zelf zouden bevragen’, zegt Van Minde. ‘Ook is het multidisciplinair overleg een zorgleefplanbespreking geworden waarbij de cliënt of een familielid zelf aanwezig is, dus ook langs die lijn worden de zorg en het dagelijks leven echt veel meer rondom de individuele cliënten vormgegeven. En we laten vrijwilligers cliënttevredenheidsonderzoek verrichten, waarbij niet alleen een cijfer wordt gevraagd, maar ook een toelichting. Dit geeft in de terugkoppeling aan de teams concrete handvatten om aan de slag te gaan met de gegevens die daar uit komen.’

Extra medewerkers

Net als de andere verpleeghuizen heeft ook Ter Weel behoefte aan uitbreiding van de personele bezetting. ‘We maken dus ook aanspraak op de extra gelden die hiervoor beschikbaar zijn gesteld’, zegt Van Minde. ‘Ons strategisch personeelsbeleid ligt nu voor akkoord bij de ondernemingsraad. We hebben extra specialisten ouderengeneeskunde nodig, een psycholoog, maar vooral ook meer mensen op de afdelingen. Extra ogen die toezicht houden, mensen die een praatje maken, een luisterend oor hebben, een kop koffie inschenken. De werkdruk op de locaties is nu erg hoog. De mensen die we erbij willen hebben, hoeven niet per se zorgmensen te zijn. Het is juist belangrijk om de zorgmedewerkers te ontlasten door er te zijn voor het persoonlijke contact met de cliënten.’

Deze roep om meer medewerkers zal zijn weg vinden naar de inkoop voor 2019, stelt Van Aarle. ‘We zijn hierover in gesprek met Ter Weel’, zegt ze, ‘maar we kijken tegelijkertijd ook of we tot een regionaal convenant kunnen komen. Hiervoor spreken we behalve met de zorgaanbieders ook met de ROC’s en hogescholen. Zeeland heeft te kampen met vergrijzing en ontgroening dus het is een uitdaging om nieuwe mensen aan te trekken. Alle zorgaanbieders in de regio vissen hiervoor in dezelfde vijver, dus dan is het beter de handen ineen te slaan.’

Interview door Frank van Wijck.

Bron: www.waardigheidentrots.nl